Tekstbureau: laagdrempelig - persoonlijk - betrouwbaar

Simba was ons eerste katje. Twaalf weken pas, toen hij bij ons kwam. Zo klein en zo bang dat hij meteen onder de kast kroop. Zó bang, dat we besloten een zusje uit hetzelfde nest te gaan halen om hem gezelschap te houden en samen met haar de wereld bij ons thuis te kunnen ontdekken. En zo hadden we opeens twee katjes, terwijl ik nooit om huisdieren gegeven had.

In een mum van tijd was ik aan ze verslingerd. En niet alleen ik. Alle huisgenoten waren gek met die twee. Op het absurde af, alsof het baby’s waren. Dat gevoel roepen ze bij je op, die kittens.

Maar ook later, toen ze twee waren, en inmiddels echte buitenkatten, maakten ze voor 100% deel uit van ons gezin. We waren dan ook volledig van slag toen Simba vreemd en beangstigend gedrag ging vertonen. Rondrennen als een dolle, van de trap meer vallen dan lopen, onder aan de trap schuimbekkend liggen trekken met zijn hele lijfje en dan verdwaasd en gedesoriënteerd, langzaamaan weer de normale Simba werd. Simba had epilepsie.

Alles hadden we er voor over om hem bij ons te houden. We sliepen slecht om te luisteren of hij geen aanval kreeg, gaven hem medicijnen. Eerst direct in zijn bekje, maar toen hij heftig ging tegen spartelen, door zijn voer. Dat ging goed, een paar dagen. Toen had Simba besloten dat hij voer met medicijnen niet wilde. En waren we weer terug bij af.

We gingen over op dwangtoediening. Wat moesten we anders? Leuk was het niet, maar het was zijn enige kans.

Op een dag wist hij, krachtige sterke kat die hij was geworden, zich los te wurmen en hevig verontwaardigd verdween hij, de tuin in, over de schutting. Weg was hij. En weg bleef hij.

Dágen en nachten hebben we hem gezocht. Geroepen, pamfletten opgehangen, buren ingelicht, glazenwasser en tuinlieden gevraagd naar hem uit te kijken. Maar Simba bleef zoek.

Geloof het of niet: er kwam een schaduw over ons gezin. We konden niet meer over straat zonder naar hem uit te kijken. En als we éven plezier hadden, schoot het meteen weer in onze gedachten: waar is Simba?

Op een zaterdagmorgen lag er een kaartje in de bus. Van de dierenambulance. Simba was gevonden, in een sloot, verdronken. Waarschijnlijk tijdens een epileptische aanval zijn evenwicht verloren en in het water gevallen. Ze hadden hem kunnen identificeren met zijn chip.

We mochten afscheid van hem komen nemen. En dat deden we. Daar lag hij, onze lieveling, op een tafel in een mandje, gewassen en geföhnd, maar sterk vermagerd en nauwelijks herkenbaar. Een heel lieve mevrouw begreep dat ik bijna van mijn stokje ging van ellende, gaf ons koffie en troostte ons. Zij begreep heel goed dat wij niet zomaar een beest hadden verloren, maar een heel dierbare huisgenoot.

Vanaf die tijd heb ik veel waardering voor wat de mensen van de dierenambulance doen. Zij houden van dieren en behandelen ze met respect.

Ik zal ze altijd dankbaar blijven omdat ze Simba uit het water hebben gevist, ons hebben ingelicht en ons de gelegenheid hebben gegeven afscheid van hem te nemen. Rust te geven, want nu weten we waar hij is: bij ons achter in de tuin, waar hij zo graag doorheen banjerde.

Recensies

Pamela Stark

Pamela Stark

Pin It on Pinterest